3 Juni publiceerde Trouw het artikel “bezorgdheid over de groeiende populariteit van betaalde scriptiebegeleiders” (Harmsen, 2019). De toename in de vraag naar scriptiebegeleiding is een signaal, maar wat ligt er nu ten grondslag aan de toename in de vraag van studenten naar betaalde scriptiebegeleiding?

Scriptiebegeleiding valt onder de branche schaduwonderwijs. De inspectie van onderwijs heeft het concept schaduwonderwijs in 2015 gedefinieerd als onderwijs dat aanvullend is op het regulier onderwijs en waarvoor ouders of studenten zelf betalen. In 2017 hebben de Geus en Bisschop (2017) geprobeerd de marktomgeving van het schaduwonderwijs in kaart te brengen. Op basis van de aanbodzijde, KvK registraties 2015 en de bijbehorende omzet, is vastgesteld dat de marktomvang in 2015 €74 miljoen bedroeg. Echter op basis van de vraagzijde, schooljaar 2016/2017, is vastgesteld dat de omzet in deze branche tussen de €185 en €286 miljoen bedroeg. Volgens het CBS had deze markt in Nederland in 2015 een marktomvang van €189 miljoen (CBS, 2016). Met name het hoger onderwijs blijkt binnen het schaduwonderwijs een groeimarkt te zijn. Zo investeerde een Nederlandse investeringsmaatschappij in 2019 een miljoen euro in Pallas Athena. Een bedrijf dat in het hele land bijles en examentrainingen aanbiedt voor universitaire studenten (AOB, 2019). De onderwijsinspectie heeft vastgesteld dat met name leerlingen van hoogopgeleide ouders schaduwonderwijs volgen. De Geus en Bisschop (2017) geven aan dat hierdoor de kansen voor deze studenten worden vergroot ten opzichte van studenten die geen schaduwonderwijs volgen.

Dat met name de vraag naar schaduwonderwijs groeit onder studenten binnen het hoger onderwijs heeft verschillende redenen. Ten eerste wordt het hoger onderwijs ook wel een massaproduct genoemd waarbij studenten worden beoordeeld op studiesucces en diplomarendement. Aandacht voor de individuele student is nihil. Studenten hebben verschillende motieven om gebruik te maken van schaduwonderwijs (AOB, 2019) (Onderwijsinspectie, 2019):

  • Remedie: inlopen op de opgelopen achterstanden.
  • Competitie: studenten willen zo hoog mogelijke prestaties behalen om hun maatschappelijke positie te verbeteren.
  • Compensatie: de opleiding schiet tekort in het bieden van maatwerk en het begeleiden van de student.
  • Uitbesteding ouderlijke taken: thuis heeft de student te veel afleiding of ouders kunnen de begeleiding zelf niet geven.

Ten tweede willen beleidsmakers bij de overheid en bij de Hbo-instellingen de onderzoekscapaciteit van het Hbo verhogen maar in de praktijk blijkt dit lastig te zijn. Zo wil de overheid het Hbo-onderwijs sterker verbinden aan praktijkgericht onderzoek en stelt zij als doel dat in 2020 100% van de docenten een master-diploma behaald moet hebben (Tewinkel & Juist, 2012). Uit onderzoek van Griffioen (2018) blijkt echter dat in slechts 17% van de openstaande vacatures voor Hbo docenten van verschillende hogescholen naar onderzoekvaardigheden wordt vraagt (Griffioen, 2018). De nadruk in de vacatures ligt op didactische vaardigheden. Uit het onderzoek van Griffioen (2018) blijkt daarnaast dat docenten die didactische vaardigheden goed beheersen minder competent zijn in onderzoekvaardigheden (Griffioen, 2018). Hbo docenten dienen een master-opleiding te behalen maar de vertaling van onderzoeksmethodieken die zij leren tijdens deze master-opleiding worden (nog) niet vertaald naar de colleges die gegeven worden in het Hbo-onderwijs. Het gevolg hiervan is dat Hbo studenten een praktijkgericht onderzoek moeten uitvoeren (de scriptie) maar dat een groot gedeelte van deze studenten de benodigde onderzoekvaardigheden onvoldoende beheerst.

Daarnaast zijn er macro omgevingsfactoren die van invloed zijn op de groeiende vraag naar scriptiebegeleiding. Zo was in 2017 30,6% van de Nederlandse bevolking tussen de 15 en 75 jaar oud hoogopgeleid (Onderwijs in cijfers, 2017).

In het schooljaar 2017/2018 volgenden 732.804 studenten een Hbo of Wo studie in Nederland. Dit is 7,3% hoger dan in het schooljaar 2015/2016 (CBS, 2019). Dit zijn hoge aantallen en om deze studenten te kunnen voorzien in passend onderwijs zijn investeringen nodig. Echter de rijksbijdrage per student in 2018 is met 25% afgenomen ten opzichte van 2000 (dit zijn geïndexeerde cijfers). Dit heeft tot gevolg dat de prestaties van de wetenschappers en docenten hieronder lijden en dit heeft natuurlijk een impact op studenten (VSNU, 2018).

Een opvallende ontwikkelingen gezien de wijzigingen in de financiële ondersteuning van studenten door de overheid. Zo hebben er in 2015 veranderingen plaatsgevonden in de manier waarop de overheid studenten financieel ondersteunt bij het behalen van de studie. Studenten ontvingen tot 2015 een basisbeurs die vastgesteld werd op het inkomen van de ouders en de woonsituatie van de student. Wanneer de student binnen 10 jaar de opleiding afrondde werd deze beurs omgezet in een gift (Duo, 2019). Na 2015 is dit veranderd in verschillende leningen. Zo kan de student een aanvullende beurs afsluiten wanneer het inkomen van de ouders laag is. Deze beurs wordt omgezet in een gift als de student binnen 5 jaar afstudeert. Daarnaast hebben studenten de mogelijkheid om een lening of rentedragend collegekrediet af te sluiten. Deze leningen moet de student terugbetalen (Duo, 2019). Opvallend is dan ook het artikel van de NOS op 3 juni waarin VVD-senator Bruijn wordt geciteerd. De senator geeft aan dat de VVD voor het kabinetsplan is om de rente op de studieleningen te verhogen omdat het kabinet extra geld aan onderwijs geeft. Zoals de NOS citeert: “De regering eet dat geld niet op, maar geeft het terug. De opbrengst gebruikt het kabinet immers om te investeren en lasten te verlichten zonder de staatsschuld te laten oplopen” (NOS, 2019). Ook geeft de minister van onderwijs Ingrid van Engelshoven aan: “het leenstelsel levert een hoop geld op dat we weer investeren in de kwaliteit van het onderwijs en dat is hard nodig” (Engelshoven, 2019). Dit lijken discutabele uitspraken gezien dat uit de cijfers van de VSNU (2018) blijkt dat in 2018 de rijksbijdrage per student 25% lager was dan in 2000 terwijl in het jaar 2000 geen sprake was van een leenstelsel.

Harmens (2019) beschrijft in haar artikel in Trouw alternatieve om scriptiebegeleiding door particulieren scriptiebureaus tegen te gaan zoals een eigen redigeerdienst bij de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. De Universiteit heeft meer grip op hoe de begeleiding gegeven wordt maar de student betaalt nog steeds ongeveer 50 euro per uur waardoor de tweedeling tussen studenten blijft bestaan.

Meer info: https://afstudeerwijzer.nl/2019/06/03/ontwikkelingen-betaalde-scriptiebegeleiding/

 

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.