Ook op deze tweede pinksterdag weer het nodige leesvoer over de ontwikkelingen in de platformeconomie. Mocht je even aan het mooie weer willen ontsnappen 😉 Mooie week! 


Crowdsourcing grows up as online workers unite | New Scientist

Er is veel te doen over de groeiende macht van platformen en de afhankelijk van (een deel van) haar gebruikers. Die afhankelijk is in veel gevallen niet absoluut: er zijn genoeg manieren te bedenken hoe je een platform, ook al is het marktleider, kunt beïnvloeden. Zo manipuleren Uber chauffeurs het algoritme door gezamenlijk uit te loggen, waardoor de hoge tarieven worden geactiveerd om chauffeurs op de straat te krijgen. Om vervolgens en masse weer in te loggen. En kunnen Foodora of Deliveroo koeriers op een zelfde moment een ‘lekke band’ krijgen. Het platformmodel, wat een tweezijdig flexibel systeem is, is nu eenmaal erg kwetsbaar. Die tweezijdige flexibiliteit maakt een platform enorm schaalbaar en asset light (alleen als er inkomsten zijn, worden er kosten gemaakt), maar dat model heeft dus ook zijn nadelen. 

Deze week kwam ik via een podcast op een tof initiatief: Turkopticon. Het bekende ‘crowd work’ platform Amazon Mechanical Turk is een duidelijk voorbeeld van een gig platform. Mensen doen vanaf over heel de wereld kleine klusjes via het platform voor een paar cent tot een paar dollar. Het enige probleem voor de uitvoerders is: de klant kan als hij of zij niet tevreden is besluiten niet uit te betalen. In het begin was dit een probleem waar de workers niets tegen konden doen. Er was ook geen manier om de klant te ‘raten’ en zo andere ‘Turkers’ te waarschuwen voor deze slechte opdrachtgever. 

Totdat een computer scientist van de Universiteit van Californië het programma ‘Turkopticon’ lanceerde. Een plugin waar mensen die via Amazon Mechanical Turk een opdracht doen hun opdrachtgever kunnen beoordelen op 4 criteria. Wanneer je een nieuwe ‘gig’ wilt doen, zie je heel eenvoudig de reputatie van deze opdrachtgever. En zo wordt een tekortkoming van het platform opgelost door de crowd. 

Wil je nog meer over dit systeem leren, check dan deze uitgebreide paper. Wil je weten hoe het werkt? Check dan onderstaande video:  

Amsterdam wil toerisme aanpakken: in sommige wijken helemaal geen Airbnb meer – RTL Nieuws

Amsterdam wil de strijd aangaan tegen de groeiende toeristenstroom (en de onvrede van haar inwoners over dit gegeven). Deze week kondigde de gemeenteraad (in wording) een aantal maatregelen aan, waar onder een meer dynamisch beleid om een ‘Airbnb quotum’ per wijk te kunnen opleggen. Ook Amsterdam Marketing, die haar taak goed heeft volbracht (het is ook nooit goed… ;-)) wordt omgetoverd tot een kenniscentrum met een nieuwe naam. 

Een paar gedachten: 

  • Het groeiend aantal toeristen in Amsterdam is een probleem op het moment dat je de stad in een ‘leefbare’ toestand wilt houden (wat ook een keuze is natuurlijk); 
  • Hoewel er een flink pakket aan maatregelen ligt, wordt in de media het Airbnb verhaal traditioneel uitvergroot, daarbij krijgen andere goede voorstellen weinig aandacht en krijgt Airbnb te veel ‘eer’ in de bijdrage van het groeiende toerisme;
  • Het probleem van vakantieverhuur via platformen is zeker niet de grootste veroorzaker (het aantal hotelkamers is de afgelopen jaren behoorlijk gestegen), maar wel een lastig te vatten ontwikkeling. Voor hotelkamers kun je quota opstellen, voor vakantieverhuur bij particulieren is dit veel lastiger. Dus: het is niet zozeer alleen de omvang, maar ook de ongrijpbaarheid die voor onrust zorgt. En daarnaast is het natuurlijk politiek ook wel prettig om één grote partij te hebben om op af te geven 😉

Een dynamisch beleid waar je per postcodegebied tijdelijke vergunningen kunt afgeven voor vakantieverhuur is op papier naar mijn mening hartstikke interessant. Zo kun je real time (bij) sturen door in buurt X het aantal dagen omhoog te gooien en in buurt Y het aantal dagen omlaag (tot nul). Hoewel het op papier mooi klinkt, zal dit in de praktijk lastig uit te voeren zijn, al is het alleen al omdat je een platform onafhankelijk systeem zult moeten neerzetten. En dan nog de vraag of een verbod in een wijk bij de rechter stand houdt. Wat dat betreft zou ik zeggen: gooi er een proefproces tegenaan, dan weten we allemaal ook gelijk hoe dat zit…

Nepstatuten creëren in de zorg is geen innovatie

Door Koen Frenken en Rogier de Langhe werd ik gewezen op een interessante discussie rondom het Belgische platform Helpper. Helpper is een platform in de zorg waar hulpbehoevenden een beroep kunnen doen op een ‘zwerm’ aan hulp aanbieders. Het gaat dan om kleine klusjes als boodschappen doen, helpen met administratie of naar de dokter brengen. 

De discussie is interessant vanwege twee artikelen die deze week verschenen. Een artikel van een vakbond en het andere artikel is een blog van de oprichter van Helpper. 

Kort samengevat, de vakbond vindt dat: 

  • Workers die via Helpper werken dezelfde vergoeding en sociale zekerheden moeten krijgen als normale zorgaanbieders;
  • Er een risico is dat de goedkope krachten van Helpper (die werken via een speciale deeleconomie belasting regel) concurreren met professionele zorgaanbieders.

De oprichter van Helpper zegt dat: 

  • De taken die Helppers uitvoeren juist de niet professionele zorgtaken zijn;
  • Hellper een gat tussen vrijwilligers en professionals dicht en zorg toegankelijker maakt: door een vergoeding te vragen, vragen hulpbehoevenden eerder om hulp, omdat zij dan niet het gevoel hebben dat zij tot last zijn;
  • Hellpers gemiddeld 2-3 uur per week via het platform werken.

Nu dat de vakbond in zijn hoofd heeft gehaald dat de Hellpers een goedkope zorgverlener zijn die het systeem van de zorg ondermijnen, zal er geen constructieve discussie kunnen worden gevoerd. Zolang er vanuit het platform geen duidelijke grenzen en richtlijnen worden gecommuniceerd, zal deze discussie blijven bestaan. Daar kun je wat van vinden, maar volgens mij is er vanuit het platform ook genoeg te doen om de wind uit de zeilen van deze discussie te halen: 

  1. Pijnpunt is dat de Helppers het brood van de professionele zorgverleners roven. Op dit moment staat op de website van Helpper al dat zij geen taken uitvoeren van professionals, dit zou in de communicatie nog duidelijker kunnen worden benadrukt;
  2. Het gemiddeld aantal uren per week van 2-3 uur dat de oprichter benadrukt zou je ook als harde limiet aan een profiel kunnen hangen. Dus dat je als Helpper een maximaal aantal uren per maand/kwartaal/jaar via het platform kunt werken. Zolang er 1 platform is in dit segment, is dat een aardige garantie dat het ‘voor erbij’ is. Ik verwacht ook niet snel concurrentie, omdat het een heel mager verdienmodel is en niet erg interessant om in deze markt te stappen, zeker niet zonder hulp van andere stakeholders als verzekeraars;
  3. Er zou ook meer kunnen worden gedaan met de vergoeding. Nu is deze standaard 7 euro netto. Daarnaast zijn de Helppers verzekerd en gescreend. Je zou hier creatiever mee om moeten kunnen gaan. Dus bijvoorbeeld: geen vergoeding (maar wel verzekering), vergoeding automatisch afstaan aan een goed doel, vergoeding uitbetaald in punten die je ergens anders kunt verzilveren, vergoeding als korting op je zorgpolis, een eigen virtuele ‘care’ currency die je weer voor andere zorgproducten kunt uitgeven. Want waar bij veel platformen de groep vraag en aanbod meestal zijn gescheiden, heeft iedere aanbieder van zorg ook zelf vroeg of laat een keer zelf zorg nodig. 

Is deze case uniek? Nee, er zijn meer platformen zoals o.a. het Nederlandse Croqqer waar een vergelijkbare discussie over kan worden gehouden. Alleen was er blijkbaar tot nu toe nog geen platform waar men de potentie hoog van inschatte dat het een serieuze markt zou kunnen worden. Wat dat betreft is de aandacht dan ook weer een compliment voor de founders. 

ParkFlyRent: post mortem van een overleden startup

Het concept klonk zo logisch: op het moment dat je op vakantie gaat niet de dure Schiphol parkeerkosten betalen, maar je auto gratis parkeren en meedelen in de winst wanneer deze in de tussentijd werd verhuurd. 

Maar iets dat logisch klinkt omzetten naar een succesvolle business is heel iets anders. En moet ParkFlyRent helaas haar deuren sluiten. In deze uitgebreide blog deelt oprichter Niels van Greef zijn belangrijkste lessons learned. 

Een selectie: 

  • Dat iets voor jou als ondernemer logisch klinkt (en prioriteiten die jij als ondernemer logisch acht), betekent niet automatisch dat de rest van de wereld (en vooral: jouw klanten) er ook zo over denkt. Dus: valideren met de markt is key;
  • Niels startte als solo ondernemer, hij ziet nu dat hij beter vanaf dag één met een co-founder (of founder team) had moeten werken die aanvullende skills had als die van Niels;
  • Waar veel startups en platformen de Business markt als grote kans zien, ervaren zij eigenlijk allemaal dat het lastig is om een samenwerking te starten en voorbij de pilot fase te komen. Samenwerking met business kost tijd en veel uren. Aan jou de keuze als ondernemer om hier wel of geen prio aan te geven. Ik zie zelf veel ondernemers dit soort samenwerkingen als laatste strohalm aanpakken. Als je dan weet dat een goede samenwerking opzetten en uitbouwen een kwestie van jaren is, dan zie je ook dat dit niet als laatste strohalm werkt;
  • In een markt waar aanbod zich onderscheidt puur op prijs met grote spelers beginnen is een groot risico. De grote spelers hebben diepe zakken. Dit is een van de redenen van de ondergang van ParkFlyRent. Nu gaan concurreren met Uber op global scale is ook niet handig, je kunt beter even wachten totdat de titanenstrijd op zijn eind is en de miljarden over de balk zijn gesmeten;
  • De beste service en oplossing wint niet altijd. Het feit dat traditionele vakantie auto verhuurders de klant niet centraal hebben staan, je soms uren in de rij moet staan, etc. zorgt er niet automatisch voor dat als jij dat wel goed voor elkaar hebt, dat jij dan de markt wint. Zo ervaarde ik vorig jaar dat SnappCar ook echt met brakke software werkte (nu is het wel goed), en toch de marktleider was. En hierbij kom ik weer uit op het eerste punt: het gegeven dat jij iets belangrijk vindt (en Niels was natuurlijk biased: hij heeft een service en hotel achtergrond), zegt niets dat de ander hier voor zal vallen. 

Als alle ondernemers hun lessen op deze manier delen (ik deelde eerder mijn crowdfunding lessen na een mislukt crowdfunding avontuur), dan zou het ondernemerslandschap er heel anders uit zien. Alhoewel: je kunt nog zo’n goed advies krijgen, maar sommige fouten moet je gewoon zelf maken voordat de lessen echt tot je doordringen. Zei een ervaringsdeskundige 😉

In de media

Shortlist Platformeconomie | Het Financieele Dagblad

In het FD mocht ik vorig weekend mijn top 3 boeken over de platformeconomie delen. En voorzien van mijn commentaar. Ik heb er voor gekozen om 3 boeken te kiezen die de platformeconomie ieder op een verschillende manier belichten: vanuit de technische kant (aan welke knoppen moet je draaien om een succesvol en schaalbaar platform te maken) van de maatschappelijke kant (hoe bewaken we publieke waarden) en van de ondernemers kant (hoe denken en doen deze platform organisaties?). Naar mijn mening is het een mooi en evenwichtig stuk geworden. Oordeel zelf. 

Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie?

Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail (martijn@collaborative-economy.com) of telefoon (06-50244596).