Dit artikel verscheen eerder op de site van de Werkvereniging, partner van S2M Festival Connecting Stories.

Een moderne arbeidsmarkt begint bij een paradigmaverschuiving: het denken over huidige arbeidsmarktvraagstukken door polderinstituties op klassieke institutionele wijze moet anders. In een beweeglijke arbeidsmarkt zijn pasklare antwoorden niet voorhanden en in een steeds veranderende context kan alleen geleerd worden door te doen. Daarom pleit opjutter Fedde Monsma voor het opnieuw vormgeven van de inrichting van de arbeidsmarkt door middel van een iteratief proces, learning by doing.

Een snel groeiende groep mensen werkt tegenwoordig afwisselend als werknemer (al dan niet in BT- of OT-contracten), zelfstandig ondernemer, opdrachtgever, hybride werkend of via uitzend-, interim- en payrollconstructies. “Modern Werkenden” noemen ze dat bij de Werkvereniging. En toch blijft de polder krampachtig al die nieuwe werkvormen terugdringen in oude regels. Begrijpelijk, onze arbeidsmarkt, inclusief wetgeving als WW, sociale zekerheid, maar ook pensioen en verzekeringen zijn gericht op die oude traditionele inrichting van de polder. Maar denk groot, zei oud SER-voorzitter Wiebe Draijer me eens, dus: verandering van denken vergt uiteindelijk een systeemverandering. Precies waar onder andere de felle discussies over gingen bij het pensioenakkoord: moderne individuele pensioenpotjes versus de collectieve solidariteit.

Een volgende paradigmaverschuiving is die over het denken over werk en werkenden. De klassieke arbeidsmarkt is ingericht in werknemers en werkgevers. Hoor je daar bij, dan zit je goed, want, verzekerd voor van alles en nog wat, toegang tot opleiding en scholing, pensioen wordt geregeld en de kans is groot dat je ook een cao hebt waar de werkgever én de werknemer zekerheden aan kan ontlenen. “Echte banen” wordt dat ook wel genoemd. Ben je echter geen werknemer of werkgever, en dat zijn er inmiddels meer dan een miljoen, dan wordt het allemaal wat lastiger. Op een moderne arbeidsmarkt kijken we naar arbeidsverhoudingen waarin de vorm van het contract niet leidend is, maar werk en werkenden zelf. Werken verandert naar opdrachtgever-opdrachtnemers-verhoudingen, ook in functies binnen organisaties, en behoeften veranderen daarin mee. Werkenden zelf kennen ook een groeiende behoefte aan flexibiliteit, regie nemen over je loopbaan, werken waar en wanneer je wil. Er komt een nieuwe generatie werkenden met voor een deel andere arbeidswensen. De arbeidsmarkt vraagt steeds meer om maatwerk voor de organisatie én voor de werkenden; individualiseren en decentraliseren van arbeidsvoorwaarden. Regels mogen niet in de weg staan van gewenst maatwerk en keuzevrijheid.

Als werk en werkenden centraal gesteld worden, is de discussie niet of er meer vaste banen moeten komen en of flex ingedamd moet worden. De mate waarin inkomensrisico’s op de arbeidsmarkt gereduceerd worden, bepaalt of mensen flexibel kunnen en willen blijven werken. Het is daarom vreemd dat flexibele arbeid goedkoper is dan werk in dienstverbanden. Risicoreductie geldt ook voor ondernemers. Als zij economische conjunctuurwisselingen op willen vangen, zullen zij minder risico’s willen lopen met personeel en is de kans groter dat er werk voor langere termijn wordt aangeboden.

De behoefte aan inkomenszekerheid bepaalt hoeveel risico’s genomen kunnen worden in werk. Dat kan door werkenden te ondersteunen in de nieuwe realiteit van de veranderende arbeidsmarkt en ze te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Werkenden moeten zelf ook in beweging blijven in ontwikkeling, opleiding en scholing om hun arbeidsmarktwaarde actueel en blijvend van waarde te houden. Eigen verantwoordelijkheid eerst. Waarbij het ook een gegeven is dat er nog veel werkenden hechten aan de zekerheid van een vast contract, (terecht) onzeker over hun kansen en mogelijkheden. Werken, ondernemen en leren moeten in het standaardrepertoire van de werkende zitten op de arbeidsmarkt, in combinatie met een privéleven.

Als risicoreductie van inkomensverlies een voorwaarde is voor maatwerk en keuzevrijheid is er een nieuw sociaal vangnet nodig gericht op werkenden, zeker voor de zwakkeren op de arbeidsmarkt, het kan geen survival of the fittest worden. Wanneer werkenden centraal staan en premies afdragen, is het ook logisch dat zij ook gebruik kunnen maken van sociale voorzieningen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dringt niet voor niets er bij Nederland op aan (…) de sociale zekerheid inclusiever te maken wat betreft de dekking van kwetsbare zzp-ers. Zekerheden moeten worden losgemaakt van de aard van het contract. We gaan van een  werknemersstelsel naar een stelsel voor werkenden. Werkenden zijn zelf verantwoordelijk en nemen zelf beslissingen.

In een beweeglijke arbeidsmarkt zijn pasklare antwoorden niet voorhanden en in een steeds veranderende context kan alleen geleerd worden door te doen. Het opnieuw vormgeven van de inrichting van de arbeidsmarkt is een iteratief proces, learning by doing. Zet pilots op, experimenteer en leer. Nu al ontstaan initiatieven buiten de gevestigde orde om; andere, nieuwe vakbonden (PO in Actie, De Werkvereniging), werkgeversorganisaties, coöperaties, broodfondsen: anders organiseren waarbij de klassieke polder niet meer nodig is. En het gaat rap. Leer er van, in plaats van ze proberen terug te duwen in de regels van vorige eeuw in instituties van de vorige eeuw. Faciliteer die experimenten, leer van de creativiteit op de arbeidsmarkt om zelf tot oplossingen te komen, maar blijf niet hangen in een oude werkelijkheid en papieren ambities.

Auteur: Drs. Fedde Monsma – Arbeidsmarktdeskundige en Auteur Poldermodel 3.0, de toekomst van arbeidsverhoudingen.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.