Dit artikel is geschreven door Tessa van der Hart.

Sinds 2005 is Roos Wouters (oprichter en aanjager van de Werkverenging) zich al kwaad aan het maken over de huidige arbeidsmarkt. Na afronding van haar studie politicologie ging ze direct aan het werk. De combinatie werken en een jonge moeder zijn, zorgde ervoor dat ze overspannen werd. Dit leidde tot het inzicht dat we eigenlijk allemaal werken alsof we fabrieksarbeiders zijn èn dat onze hele wet- en regelgeving daarop is ingericht. De arbeider is kwetsbaar en zielig, de werkgever is machtig en rijk, we moeten op z’n mist van 9 tot half 6 op kantoor zijn en ga zo maar door. “Ik dacht; hé, dat klopt helemaal niet met hoe ik mijn leven wil inrichten. Waarom is de arbeidsmarkt zo ingericht zoals die nu is? Wie heeft dat bedacht en waar is dat goed voor?”

Het nieuwe werken lost het probleem niet op

Het nieuwe werken, ofwel hybride werken zoals Roos het noemt, bestaat niet uit regeltjes en vastigheid. Het nieuwe werken geeft vooral veel vrijheid: “Dat iemand tegen je zegt, dit is het doel waarvoor je bent aangenomen, dit is wat we van je willen, kijk zelf maar hoe je dat invult.” Zo krijg je als werknemer meer ruimte en mogelijkheden dat doel te behalen en hoef je niet per se gebonden te zijn aan een kantoor. Toch zag Roos dat de term “het nieuwe werken” al snel vertaald werd door bedrijven naar het toevoegen van kantoortuinen en het wegbezuinigen van werkruimte, terwijl alsnog werd verwacht dat iedereen aanwezig was. Na vele workshops, gesprekken met politici kwam steeds weer de vraag op: “Waarom praat je toch met partijen die de meeste belangen van werkenden niet meer behartigen?”

Dat leidde tot het besef dat er eigenlijk niemand is die praat namens de modern werkende. Dit wordt tot op heden gedaan door de traditionele werknemers- en werkgeversverenigingen, die samen met de overheid de wet- en regelgeving bepalen. In plaats van constant te blijven schoppen tegen deze gevestigde orde besloot Roos (samen met twee anderen) in maart 2017 de Werkvereniging op te richten. Met de Werkvereniging willen ze zowel mensen met elkaar verbinden, als de gevestigde orde aanspreken. Deze gevestigde orde bestaat vooral uit de media, politici, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen die nu nog teveel vast zitten in hun traditionele gedachtegoed.

Modern werken is het antwoord

Het moderne werken en de flexibiliteit die dat met zich mee brengt botst met de vastigheid waarmee het werklandschap op dit moment is ingericht. De maatschappij en de huidige manier waarop mensen werken is nu voornamelijk gebaseerd op vaste contracten en zekerheid. “Vroeger was een bedrijf gemiddeld 40 jaar oud, tegenwoordig 9 jaar. Wie weet ben je morgen je baan kwijt of is het bedrijf failliet. Je kan wel denken dat het allemaal zo mooi was vroeger, als het niet meer werkt moet je zorgen dat mensen goed geadviseerd en beschermd op pad gaan.”

De gevestigde orde blijft teruggrijpen naar vroeger. Roos geeft aan dat instanties zoals de overheid en vakbonden vooral moeten meebewegen met de samenleving. Dat gebeurt nog niet. De Werkvereniging wil mensen bij elkaar brengen die graag werken, mensen die bezig zijn met alternatieven en die vernieuwing aanjagen. Om zo samen te zoeken naar oplossingen om de modern werkenden te faciliteren. “We verbinden mensen met elkaar en zetten ze in de schijnwerpers. Om ze een markt of bepaalde positie te geven waardoor ze kunnen groeien. Net zolang tot de gevestigde orde zegt, “Goh, wat zijn ze daar toch aan het doen, kunnen we daarop aanhaken?”

Connecting Stories

Tot op heden loopt dat gesprek met de gevestigde orde nogal stroef. “Ze kijken wel, maar ze zeggen dat ze niet met ons willen praten omdat wij weigeren ons aan te passen aan de dialoog die zij voeren.” Die dialoog die op de onderhandelingstafel ligt, is vastgelopen. Het gaat volgens Roos constant over vast- en flexwerken. Terwijl dat helemaal de discussie niet moet zijn, het gaat er juist om dat iedereen hybride is geworden. “Toen dachten we, laten we een festival organiseren. Om te zorgen dat we elkaar kunnen vinden. Dan laten we de politiek en de polder zijn ding doen en gaan wij met elkaar op zoek naar alternatieven en oplossingen om elkaar te versterken.”

De connectie met Seats2Meet werd al snel gevonden. De visie van Seats2Meet, waarbij overvloed gedeeld wordt met elkaar, biedt faciliteiten en kansen voor de modern werkenden. Niet meer krampachtig vasthouden aan de ouwerwetse hokjes, maar een ecosysteem waar iedereen overvloed met elkaar kan delen. Volgens Roos moeten we vooral gaan kijken naar wat we nodig hebben en wat we nu al doen. Als je vernieuwende denkers en modern werkenden vraagt hoe ze de toekomst van de arbeidsmarkt zien, en vooral willen zien, beweegt het zich vooral naar een netwerksamenleving. Hierin gaan we sociale contracten met elkaar aan in plaats van contracten met de werkgever. “Ik ben ervan overtuigd dat het steeds belangrijker wordt dingen te koppelen aan het individu. Dat je je eigen opleidingspotje, pensioen en arbeidsongeschiktheid beheert. En zelf kan kiezen of je 100 jaar wil werken bij de ene werkgever, of maar drie maanden per jaar.”

Het S2M Festival Connecting Stories moet daarom ook vooral een feest der herkenning zijn. “Wat we hebben gezien bij de festivals en bijeenkomsten die georganiseerd worden is dat daar vooral de oude wereld op af komt. Dan moet je je voortdurend verdedigen. We kwamen erachter dat we na een meeting met een klein gezelschap met mensen die allemaal met dezelfde dingen bezig zijn, we voor het eerst heel energiek weggingen in plaats van dood geargumenteerd. Toen hadden we iets van, “Oh dit is lekker!””. 

Met dit festival hoopt Roos dan ook dat mensen met goeie ideeën en plannen elkaar kunnen vinden en dan gewoon gaan creëren. Het wiel in je eentje uitvinden lijkt soms een enorme uitdaging. Connecting Stories moet vooral energie geven aan deze vernieuwers. “Er zijn al zoveel goeie alternatieven en laten we elkaar daar vooral in versterken.”