Dit artikel verscheen eerder op de site van de Werkvereniging, partner van S2M Festival Connecting Stories. Pierre Spaninks is ook aanwezig tijdens het festival. 

Volgens onze opjutter Pierre Spaninks, ZZP-expert, heeft de discussie over werk en zekerheid decennialang op slot gezeten. Nu staan heel even alle deuren open: verplichte verzekeringen of maatwerk, collectieve pensioenen of individuele, loondienst of ondernemerschap, vast of tijdelijk? We hebben we een paar maanden om daarover na te denken, hooguit een jaar. Want voor we het weten wordt alles weer in vormen gegoten waarin het stolt en waar het niet meer uit te bikken is.

Laten we de gelegenheid aangrijpen en een frisse start te maken. Door even niet te redeneren vanuit de oplossingen van het verleden maar vanuit de vragen van nu. Wat betekent werk eigenlijk voor ons? Welke waarde hechten we daaraan? Hoe gaan we ermee om in deze tijd? Welke kansen biedt dat? Welke eisen stelt dat?

Werk, dat is wat maakt dat we ons ontwikkelen, doordat we het doen vanuit ons hart. Het is een emanciperende factor van jewelste. Door ons werk overwinnen we onze beperkingen, leren we wie we zijn, groeien we, realiseren we ons potentieel, brengen we ons eigen leven en dat van anderen op een hoger plan, en voelen we ons gewaardeerd.

Een baan als werknemer is maar een van de vele gedaantes die dat werk kan aannemen. In feite is een baan niet meer dan pakketje taken, een plek in een organogram, de naam van een functie, een arbeidscontract voor langere of kortere tijd, een salaris – en niet te vergeten de sociale zekerheden die daaraan van oudsher zijn gekoppeld.

Aan banen, en zeker aan de vaste variant daarvan, kleven tal van bezwaren. Principiële bezwaren, omdat een baan laat stollen wat hoort te stromen: eerst ons werk en vervolgens ook nog eens onszelf. En praktische bezwaren, omdat een baan voor iedereen en voor het leven sowieso een illusie is.

Werk is minder afgebakend, minder in regels gevat, minder beperkt in zijn vormgeving dan een baan. Werk kan en mag veel breder zijn, losser ook: studeren, ondernemen, zelfstandig je ambacht of professie uitoefenen, zorgdragen voor je medemens en je omgeving, tegen betaling of als vrijwilliger, niet gedicteerd door de planning en het rooster maar op de eb en vloed van je dromen en je mogelijkheden.

Werk aan de ene kant en een baan aan de andere, zijn twee totaal verschillende dingen. Toch weten wij haast niet beter of ze gaan samen – als we ze al niet aan elkaar gelijkstellen. Historisch is werk echter pas in de 19e eeuw teruggebracht tot een baan in loondienst. De industrialisatie riep destijds een grote behoefte op aan fabrieksarbeiders. Daarin had nooit kunnen worden voorzien zonder mensen onder druk te zetten om hun vrijheid op te geven en voor een baas te gaan werken. Een belangrijk middel daarbij was om werk voortaan voor te stellen als een deugd of zelfs een plicht, in plaats van als een algemeen menselijke neiging en een geboorterecht.

Om dat tot baan gereduceerde werk heen, is in de vorige eeuw een uitgebreid sociaal stelsel gebouwd. Sindsdien is werk niet alleen een baan en een inkomen, maar ook nog eens een pakketje zekerheid. Dat heeft prima gewerkt – zo lang er behoefte was aan massa’s werknemers die hadden geleerd om gestandaardiseerde producten en diensten voort te brengen in een gecontroleerde omgeving.

Die praktijk uit de vorige eeuw is echter in rap tempo aan het verdwijnen. Inmiddels worden er heel andere eisen gesteld aan werk en aan werkenden. Werk concentreert zich steeds meer rond begrippen als innovatie, creativiteit en ondernemerschap. Werkenden willen steeds vaker worden aangesproken op hun interne motivatie, op hun energie, en op hun vermogen om van daaruit de verbinding aan te gaan. Bij die nieuwe waarden en dat nieuwe werk passen geen levenslange dienstverbanden meer, geen vaste contracten, geen vuistdikke cao’s. En al evenmin sociale zekerheden die zijn gekoppeld aan wat voor werk we doen voor wie en op welke juridische grondslag.

Terug naar die emanciperende factor die werk ooit was en in essentie nog steeds is. Werk dus waardoor we onze beperkingen overwinnen, leren wie we zijn, groeien, ons potentieel realiseren, ons eigen leven en dat van anderen op een hoger plan brengen, en ons gewaardeerd voelen. Zulk emanciperend werk, dat je in vrijheid op je neemt, maakt je groot. Werk dat is gereduceerd tot een baan, doet dat niet. Al helemaal niet als die baan zowel je inkomen moet zijn als je sociale zekerheid. Dat houdt je juist klein.

Wat kunnen we daaraan doen? Hoe vinden we het werk terug dat maakt dat we ons ontwikkelen doordat we het doen vanuit ons hart? Door werk en zekerheden te los te koppelen van banen. Zo creëren we de mogelijkheid om in iedere fase van ons leven te doen wat het best bij ons past. Met de inhoud en de vorm die ons gelegen komt, zonder dat we bang hoeven te zijn om bij tegenspoed door de bodem te zakken. Dat zal een ongekende hoeveelheid energie en creativiteit losmaken, en dat is precies waar onze samenleving en onze economie behoefte aan hebben.

Laat de discussie over werk en zekerheid niet aan de verkeerde kant beginnen. Laten we het nu eens niet meteen hebben over al dan niet verplichte verzekeringen, collectieve pensioenregelingen of individuele, vaste banen of flexibele, loondienst of ondernemerschap. Dat zijn niet meer dan vormen waarin werk en zekerheden kunnen worden gegoten. Vormen waar ze niet meer uit te bikken zijn als ze eenmaal zijn gestold. Wij hebben de unieke kans om een frisse start te maken. Laten we onszelf de luxe gunnen om even niet te redeneren vanuit de oplossingen van het verleden maar vanuit de vragen van nu:

  • Wat betekent werk eigenlijk voor ons?
  • Welke waarde hechten we daaraan?
  • Hoe gaan we daarmee om in deze tijd?
  • Welke kansen biedt dat?
  • Welke eisen stelt dat?

Dat we die vragen stellen, aan onszelf en aan elkaar, mag heel eventjes belangrijker zijn dan dat we er antwoorden op hebben. Geniet er maar van, want voor je het weet is de kans voorbij.