Voor een sessie op het ‘Festival voor Modern Werkenden’ mocht ik in een pitch van 5 minuten de gasten een kijkje in de toekomst van werk geven. Hoe ziet het leven van werkenden er in 2040 uit? Wat zijn de grootste uitdagingen en kansen? En wat moet de belangrijkste taak van de Werkvereniging, een groep professionals die zicht inzet om de arbeidsmarkt te moderniseren, zijn om modern werken, leven en leren te ondersteunen. Ik besloot om mijn verhaal over de toekomst als betoog op te schrijven. Hier onder het resultaat.

Interessant dat we over 2040 praten, terwijl we niet eens door hebben hoe het heden in elkaar zit. 2040 is ver weg. In 2040 dan ben ik misschien wel al bijna opa en zijn mijn kinderen Joep, Sophie en Anna klaar met hun studie. Maar nog lang niet klaar met leren, net als ik.

Als je een tech optimist zou vragen hoe het leven van werkenden er in 2040 volgens hem uit zou zien (ik zeg hem, want er is een grote kans dat het een man is), dan zal hij je vertellen dat technologie tegen die tijd alles wel heeft opgelost. Fijn, want dan hoef je daar in het nu tenminste geen verantwoordelijkheid voor te nemen. Het probleem is alleen dat tech optimisten vergeten dat ratio het niet wint van emotie en dat succes van technologie ligt in faciliteren van mensen, niet in leiden. Iets waar ook veel zogenaamde leiders iets van kunnen leren, maar dat terzijde;

Als je een flex optimist diezelfde vraag zal stellen, dan zou de werkende een empowerde blije individu zijn, die in zwermen van project naar project hopt. Die een leven lang leert, werkt om te leven en weinig bemoeienis van de overheid nodig heeft. Hij of zij dopt de eigen boontjes immers wel. Een mooie utopie, maar wel bedacht vanuit een bepaalde bias dat de wereld eerlijk en gelijk is, alle mensen een keuze hebben om te doen wat ze willen en overstromen van ambitie.

Als je een sociale zekerheden optimist, zeg iemand van een vakbond, dezelfde vraag zou stellen, dan zou iedereen een vaste baan hebben, volgens een goede CAO werken en iedere maand trouw zijn lidmaatschapsgeld betalen. Je hoeft niet in 2040 te leven om te beseffen dat die tijd en dat model intussen in Nederland ook voorbij is;

Als je een platform optimist, de categorie waar ik toe behoor, de vraag stelt hoe het leven van de werkende er in 2040 uit ziet, dan zou ik zeggen dat platformen transactiekosten verlagen, informatie asymmetrie oplossen, het individu in staat stellen zijn of haar skills optimaal te vermarkten, tijdelijke grens en bubbel overschrijdende samenwerkingen faciliteert en dat data en review scores in 2040, maar liever al eerder, diploma’s hebben vervangen. Dat de kapitalistische platformen waar workers nu afhankelijk van zijn, zijn vervangen door coöperatieve en decentrale varianten en de intussen flink afgeslankte overheid ervoor zorgt dat zekerheden ‘by design’ zijn geborgd en het speelveld voor iedereen gelijk is.

Iedereen die zegt te weten hoe 2040 er uit ziet, die liegt dat ie barst. Wat we uitspreken hoe 2040 er uit zou kunnen zien is dan ook eerder een wens. Uitgesproken vanuit de bubbel waar je je nu op dit moment in bevindt.

Prima natuurlijk, maar laten we dat helder hebben. Wat ik wel kan delen is hoe ik hoop dat het leven voor de werkende er in 2040 uit ziet. En wat de ingrediënten zouden kunnen zijn om hier mogelijk te belanden.

Hoe ik hoop dat het leven van werkenden er in 2040 uit ziet is als volgt. In 2040 hebben we de balans gevonden hoe technologie op een faciliterende manier het individu empowered. Via platformen organiseren werkenden zich op de manier die bij hen past. Niet gebonden aan grenzen en afkomst, het al dan niet tijdelijk zijn van een formatie en iedereen een gelijke kans. Continue door ontwikkelend en gewaardeerd en afgerekend op de daadwerkelijke toegevoegde waarde. Niet op privilege tot welke bubbel je hoort en welke bubbel je in stand houdt. Met de juiste, steeds wisselende, balans tussen aan en uit, gas geven en op de rem trappen.

Wanneer we een wereld willen hebben waar gelijkheid en gelijke kansen centraal staan, dan betekent dat ook dat we een stapje terug moeten hebben gedaan. Wat ook betekent dat de definitie van succes moet worden herschreven. Want hoeveel we met z’n alleen ook lopen te zeiken, wij hier in deze ruimte behoren in het nu toch echt tot de lucky 1% van de wereldbevolking. Voel je daarvoor niet schuldig, maar wees er wel van bewust.

Bij een meer fluïde rol van werkenden, hoort ook een meer fluïde stelsel. Alle verticale zuilen, sectoren en CAO’s zijn doorbroken door horizontaal denken en sociale zekerheden losgekoppeld van de arbeidsrelatie. En misschien, laat ik het B woord toch maar droppen, een Basisinkomen. Of beter: basisvoorzieningen en zekerheden voor iedereen. We hebben ontdekt dat het gelul over generatie X, Y of Z te kort door de bocht was. Ieder individu heeft in iedere fase van zijn of haar leven weer andere behoeften. Generaties verschillen, maar we blijven mensen. Met alle clichés die daarbij horen. Een fluïde stelsel is hiervoor essentieel. Ik hoop dat we in 2040 zo ver zijn.

Een goede vriend van mij zegt altijd: “Martijn, hopen doe je op het toilet”. Tijd dus om het te hebben over daden. Wat zijn de stappen die we in het nú kunnen zetten om bij het utopische 2040 scenario te komen?

Wat ik nu zie is een wereld waar verschillende partijen zich met de belangen uit het verleden hebben ingegraven. En vanuit die positie waar het daglicht niet komt proberen te overleven. 24/7 levend in een continu ontkenningsfase. Ook zie ik dat weinig partijen hun verantwoordelijkheid durven te pakken en dat nieuwe initiatieven vol enthousiasme worden ontvangen, maar de urgentie, ballen en ambitie bij alle stakeholders zwaar ontbreekt om echt serieus door te zetten.

Om tot het scenario van 2040 te komen is een systeemverandering nodig. Om daar te komen is het essentieel dat verleden, belang, angst en ego hun dominante rol in het debat verliezen en men toe gaat geven wat men eigenlijk al lang wist: we hebben geen idee wat we nu moeten. Goed nieuws: je bent niet de enige. Om vanuit die kwetsbaarheid, zonder gevangen te zitten in sectoren en verticals, samen te gaan bouwen. Erkennend dat ieder die vanuit een bepaalde hoek komt ook maar een welwillend goed mens is. Met uiteindelijk dezelfde doelstelling als de partij die hij of zij nu misschien wel veracht en als grootste tegenstander ziet.

Van moeten naar willen, van kan niet naar maar naar hoe dan wel, van ik (single stakeholder) naar wij (multi stakeholder) en van weglopen van verantwoordelijkheid naar erkennen en pakken van verantwoordelijkheid. Uiteindelijk is het een verantwoordelijkheid van ALLE stakeholders tezamen. Niemand uitgesloten. Dus ook van jou. Want ook al klinkt 2040 comfortabel ver weg, het vrijwaart jou niet om nog langer je kop in het zand te steken.

En de rol van een organisatie als de werkvereniging hierin? Ik zie een rol van initiator, verbinder, aanjager, bruggenbouwer, incubator en practise what you preach. Ook de Werkvereniging moet daarvoor uit zijn eigen bubbel komen en gas op het ambitie pedaal geven. Want om in het scenario van 2040 uit te komen moeten we met zijn allen op expeditie. Ik ben voor.