Visie versus praktijk

De arbeidsmarkt is in beweging. Je hoort en leest er veel over. Regelmatig bezoek ik symposia waar boeiende sprekers staan. Veelal wetenschappers, beleidskundigen of directeuren van grote, gevestigde organisaties die hun visie delen. Veelal zijn dit mensen die al sinds jaar en dag aan een universiteit zijn verbonden of al 20 jaar werkzaam zijn bij een UWV of langere tijd een directiepositie innemen in zo’n mooie grote uitzendorganisatie.

Ik zag de directeur van zo’n grote uitzendorganisatie op het podium. Ik raakte enthousiast over haar visie en kijk op de veranderende arbeidsmarkt. Ik hoorde herkenning. Ja!, dacht ik, daar gaan we naar toe, daar zitten we middenin. ‘We moeten nieuwsgierig zijn’, sprak ze wijs. Ik, helemaal enthousiast door haar verhaal en aanvoelend dat ik de verpersoonlijking ben van de veranderde arbeidsmarkt, probeerde met haar in contact te komen. Telefonisch kwam ik niet verder dan haar woordvoerder, mijn uitnodiging om te linken via LI is nooit gehonoreerd. Ik heb haar zelfs ter inspiratie mijn boek gestuurd met een persoonlijke brief. Nooit iets gehoord. Nieuwsgierigheid prediken op het podium is nog wat anders dan het ook daadwerkelijk kunnen laten zien. Ik heb ‘m niet gevoeld..

Mijn eerste ‘pijnpunt’: van visie naar praktijk

En daar zit mijn eerste ‘pijnpunt’. Veel deskundigen en beleidsmakers prediken mooi van alles, maar hebben zelf geen idee hoe het is om overeind te blijven in de veranderende arbeidsmarkt. Zij zitten nog steeds super comfortabel in een veilig gestelde positie en krijgen heel voorspelbaar aan het eind van de maand hun salaris gestort. Soms nog aangevuld met een mooie aanvullende uitkering lees ik recent.

Ze hebben géén idee! Echt geen idee, hoe het is om voortdurend in een onzekere situatie te werken, waarmee juist de onzekerheid, in combinatie met steun, je vooruit helpen in je persoonlijke ontwikkeling en daarmee de ontwikkeling van je werk. Dat dit de weg is die aanzet tot het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen inzet in werk, voor je eigen leven. De beweging die de overheid ons zo graag ziet maken.

Mijn tweede ‘pijnpunt’: de overheid

En dat is mijn tweede ‘pijnpunt’, de overheid. Zij zien ons deze beweging naar verantwoordelijkheid nemen zo graag maken en staan het vervolgens zelf dik in de weg. Door maar consequent te blijven sturen op zekerheid. Vooral zekerheid en vaste contracten. Dit is iets wat hoort bij het ‘oude’ systeem en ons in onze maatschappelijke ontwikkeling niet vooruit brengt. Het is tijd om na te denken hoe we kunnen overgaan naar een situatie van ‘georganiseerde onzekerheid’, in combinatie met steun mobiliseren. Want het is deze combinatie: enige onzekerheid + sociale steun, die aanzet tot ontwikkeling, groei. Het is tijd dat de politiek eens lef toont en het vaste contract afschaft en de bijl zet in vele ambtenarenposities, die ons veel te veel geld kosten.

Mijn derde ‘pijnpunt’: verborgen kosten

Dan kom ik bij mijn derde ‘pijnpunt’. Dit is volgens mij het laatste taboe van Nederland. De laatste nog onbesproken ‘not done’ situatie in Nederland. In oplossingsrichtingen valt ook vaak het basisinkomen. Ik denk zeker dat een basisinkomen een oplossing is die past onder ‘sociale steun’, in combinatie met het mobiliseren van alle expertise die er is onder de ZZP-ers in Nederland, om de grote groep mensen te ondersteunen, die straks en masse de onzekerheid induiken en hierin enorm dreigen te verstijven, omdat men het eenvoudigweg niet gewend is om onder deze omstandigheden effectief te functioneren.

Mijn derde ‘pijnpunt’ is, dat er volgens mij al een hele grote groep mensen in Nederland is, die al lang een basisinkomen ontvangen. Dit betreft alle ambtenaren in Nederland, die ondermaats presteren, maar wel een volwaardig salaris ontvangen. Waarom denk je dat de inhuur binnen de overheid zo hoog is? Ik weet het wel, want ik heb het als interim HR-mens gezien. Dat is voor een groot deel om de ondermaatse prestaties van veel zittende ambtenaren te compenseren. Daar komt bij, dat veel ambtenaren boven hun functieschaal betaald krijgen. Soms zelfs tot twee salarisschalen toe. Allemaal onder het mom van ‘verworven recht’. En daarnaast is het ook nog zo, dat uitgerangeerde ambtenaren staan ‘geparkeerd’ bij een extern bureau. Ze staan niet meer op de loonlijst van de overheid, komen niet meer voor in de FTE-overzichten. Maar het externe bureau factureert wel maandelijks de loonkosten. Of de overheid maar even wil betalen. Deze kostenpost moet ergens terug komen in de jaarrekening, dat kan niet anders. Dit is wat mij betreft het laatste taboe, het laatste nog onbesproken onderwerp in Nederland. Hoeveel ambtenaren of ex-ambtenaren zijn er die (teveel) betaald krijgen, bij een externe partij zijn ondergebracht, soms tot hun pensioen, zonder dat hier een evenredige prestatie tegenover staat. Als we dit gaan onderzoeken, dan denk ik dat we ons rot schrikken.

Ik heb dit wel eens gezegd tegen een vakbondsman en onlangs tegen Wouter Koolmees. Ik zei dat ik me hier over kon opwinden. ‘Ach’, reageerden ze allebei, ‘als ik me overal over zou opwinden’. En daarmee is de kous af. Iedereen ziet het, iedereen weet het, maar WIE DOET ER WAT AAN? Wanneer gaan we dit onderzoek eens doen?

Eigen ervaring

Ik heb vanaf mijn 18e tot mijn 40ste in loondienst gewerkt, bij drie verschillende organisaties: een schippersbond, de Thuiszorg in Rotterdam en een drinkwaterbedrijf in Flevoland. Al werkend heb ik Personeel & Arbeid gestudeerd.

Vanaf mijn 40ste ben ik als ZZP-er aan de slag gegaan. Tien jaar heb ik me laten verhuren in interim opdrachten op het gebied van HR en outplacement. Ik heb in diverse gemeenten, waterschap, drinkwaterbedrijven, farmaceutische industrie, inspectie gezondheidszorg, in de metaalindustrie en grafimedia branche opdrachten gedaan.

Na 10 jaar werken als interimmer voelde ik het verlangen mijn eigen manier van werken weer te vernieuwen. Ik startte een eigen project Kantelen in werk. Dit mondde uit in het schrijven van mijn boek Spring! Naar werken in verbinding met jezelf. Ik kantelde zelf, wat voor mij zoveel betekende dat ik mijn HR-vak losliet en ook mijn interim bestaan. Ik neem niet langer opdrachten aan, maar zet nu mijn eigen opdracht in de wereld, om daarmee van waarde te zijn voor anderen en zo mijn geld te verdienen. Dit heet ondernemen, kom ik achter. Het is weer op een totaal andere manier werken, dan ik deed. Ik voel de impact van de onzekerheid iedere dag, in mijn bubbel van ZZP-ers delen we eerlijk hoe kut het soms is om als ZZP-er of ondernemer te werken, en hoe we tegelijkertijd echt niet meer anders willen. Hoe lastig het is om voldoende omzet te generen, hoe moeilijk het is om positie te verwerven binnen het gevestigde systeem van mantelcontracten en grote organisaties. Hoe we persoonlijk groeien van deze manier van werken. Hoe ons werk steeds meer en beter raakt afgestemd op wie je zelf bent als mens, op wat voor jou belangrijk is, op hoe jij zelf ziet hoe je van betekenis kunt zijn in deze veranderende wereld.

Ik leef in verschillende werelden. Dan beweeg ik me weer in netwerkbijeenkomsten van overheden en hoor oude ideeën en veilige oplossingen. Dan beweeg ik me weer in netwerkbijeenkomsten van vijftig plussers die zonder werk zijn en moeite hebben zich staande te houden in alle veranderingen. Dan beweeg ik me weer in netwerkbijeenkomsten van ZZP-ers en laad ik ook mezelf op om mijn manier van leven en werken vol te houden. Om door te gaan.

Hoe zie ik nou een oplossingsrichting?

Mijn oplossingsrichting zit in loslaten van de koers om te sturen op zekerheid. Het brengt ons niet vooruit. Overgaan op een situatie van ‘georganiseerde onzekerheid’, weg met de vaste arbeidscontracten, zodat er veel meer dynamiek in de arbeidsmarkt gaat ontstaan. Tegelijkertijd steun mobiliseren. Heel veel (sociale) steun! Dit is nodig om de golf van angst te kunnen beheersen. Veel mensen zijn niet (langer) gewend om onzekerheid het hoofd te bieden. Het invoeren van een basisinkomen zou een mooie pijler in deze steun kunnen zijn. Maar daarnaast vooral de schare ZZP-ers, die al sinds jaar en dag doende zijn om de ‘nieuwe arbeidsmarkt’ vorm te geven, te benutten. Benut ons en stop met ons nog langer het oude systeem in willen trekken. Dit zou ik zo nadrukkelijk willen zeggen: BENUT ONS! Er ontstaan steeds meer partijen op de arbeidsmarkt en we dreigen steeds meer los van elkaar te raken: werknemers met veilige contracten, ZZP-ers, 50+ die buiten spel staan, mensen met afstand tot arbeidsmarkt, migranten en misschien vergeet ik nog een groep. Stel de vraag: hoe kunnen we elkaar versterken? Neem deze vraag als uitgangspunt.

Ik vanuit mijn vakgebied denk graag mee om vanuit visie te komen tot oplossingsrichtingen. Zie ik het de overheid doen? Mijn twijfel wordt steeds groter. Ze zullen moeten snijden in eigen vlees. Gaat nooit gebeuren volgens mij. Rest ons anarchie. Het zou zo maar kunnen zijn dat we eerst nog naar een situatie van complete chaos moeten, voordat échte verandering tot stand komt. Voordat we elkaar – ongeacht achtergrond, opleiding, leeftijd, kleur – als mens de vraag stellen: gaat het met je? Om vanuit deze belangstellende vraag weer iets nieuws te bouwen met elkaar.

Originally published on LinkedIn by Reina Janssen