Bij het ‚boeken’ van de auto was ik al onder de indruk van de overzichtelijkheid van het systeem van SnappCar. Heel helder, duidelijk en uitnodigend. Voor Karin is het dé reden om haar auto te delen. ‚Delen is leuk omdat het zo gezellig en informeel is, maar alléén omdat het formele op zo’n laagdrempelige manier waterdicht geregeld is’. Karin heeft vaker met dit bijltje gehakt. Samen nemen we het contract door, lopen een rondje langs de auto, ze noteert de deuken. Hier zou ik bij mezelf helemaal niet bij stil gestaan hebben. Ik ga met een vertrouwd gevoel op pad.

Karin vertelt dat ze haar praktijk voor trainingen in bewustzijnsontwikkeling heeft afgebouwd. In plaats van het trainen van mensen, wilde ze liever gaan dóen. Nu richt ze haar energie op het verbinden van bewoners in haar eigen wijk en zo bewustzijnsontwikkeling in de praktijk te brengen. Met het opzetten van buurtmoestuinen en eettafels lukt het haar om mensen met uiteenlopende achtergronden bij elkaar te brengen. Haar geheim? Oprechte interesse in anderen tonen, je gezicht laten zien en zo groeit er vertrouwen. Want, alleen op basis van vertrouwen kun je je samen ergens voor inzetten.

CAM00363

De Schepper en de Pubertijd zijn mijn favoriet

 

Gisteren heb ik Annemiek via Facebook een lift aangeboden. Met haar hondje staat zij al klaar als ik kom aanrijden. In de kapel van de woonwerkgemeenschap de Refter heeft zij een expositie Levensspel. Het Levensspel is een bewustwordingsspel dat bestaat uit 42 schilderijen. Ieder schilderij heeft een archetypisch thema. Annemiek licht enkele schilderijen toe. De Schepper en Pubertijd zijn, in aansluiting op mijn Sharing Week, mijn favoriet. Met God of tieners hebben deze letterlijk gezien niets te maken. Ze staan voor ‘vanuit niets iets creeren’ en ‘experimenteren met onze rollen en patronen’. Natuurlijk ben ik ook geïntrigeerd door deze plek. Al dertig jaar wonen en werken ruim tachtig mensen hier samen. Het oude klooster in een prachtige omgeving beheren zij zelf. Maar de woonwerkgemeenschap is niet ideaal hóór. Ook hier hebben mensen hun gedoe, hun problemen.” Dat verbaast mij niets.

Ik krijg zin in koffie en ik zie dat ik twee keuzes heb. Op internet vond ik Koffiehuis de Verwondering, voor dak- en thuislozen. In een boekje dat ik oppik bij de Refter staat een stukje over Blixem waar mensen met een verstandelijke beperking in de bediening werken. Ik ben nog nooit in een koffiehuis voor dak- en thuislozen geweest. Ik voel me er ongemakkelijk bij, weet me geen houding te geven. Ik zie onverzorgde, misschien verwarde mensen in een smoezelige ruimte voor me. Ik voel een laag ‚aaibaarheidsgehalte’. Een verlangen naar koffie en een onvoorspelbare sociale situatie vind ik geen goede combinatie, dus ik kies voor Blixem.

CAM00398

Je hebt mensen nodig die zich ergens voor inspannen om verandering mogelijk te maken

Nu mijn koffiebehoefte vervuld is, besluit ik alsnog naar De Verwondering te gaan. De naam alleen al is zo mooi. Met die houding zal ik binnen stappen. Om eerlijk te zijn, ik ben opgelucht als ik zie dat er maar drie mensen binnen zijn. Twee vrijwilligers en een vriend van hen. Het koffiehuis heeft een Christelijke signatuur. Al gauw hebben we een gesprek over religie. Christelijk ben ik niet, maar geloven in een ‚energie die groter is dan onszelf’ doe ik wel. Die ,energie die groter is dan onszelf’ kort ik voor het gemak dan af tot God. God, niet als een man op een wolk, maar een ‚macht’ die groeit en bloeit bij positiviteit en liefde. Ons gesprek leidt via het Christendom, naar het Hindoeïsme, naar het kastensysteem in India tot hoe gedrag van mensen door cultuur en traditie wordt gestuurd. Eén van de vrijwilligers, een zestiger, vertelt hoe er, toen hij op de basisschool zat, A- en B-klassen waren. De B-klas was voor de arbeiders en boerenzonen. Alleen de jongens in de A-klas deden een CITO-toets waarmee hun vervolgopleiding bepaald werd. Jongens in de B-klas gingen naar de LTS. Dat vond iedereen doodgewoon. Zijn vader vond leren toevallig belangrijk en heeft er voor gezorgd dat zijn zoons ook een toets mochten doen. ‚Van onze klas zijn toen alleen mijn broer en ik naar hoger onderwijs gegaan, terwijl ik zeker tien klasgenoten had, die beter konden leren dan wij’. Maar ja, dat ging toen gewoon zo. Totdat mensen zich over deze gang van zaken gingen verbazen en het er niet mee eens waren. „Je hebt mensen nodig die zich ergens voor inspannen om verandering mogelijk te maken”, zegt hij.

CAM00390

Maar, dat delen hè, wat is dat nou eigenlijk allemaal?

Maarre, dat delen hè, wat is dat nou eigenlijk allemaal, vraagt Orlando, een vriend van één van de vrijwilligers. Ik nodig hem uit om mee te gaan naar Nijmegen Deelstad. Hij haakt graag aan. Gezellig. Orlando is zo leuk verbaasd over deze onverwachte wending van zijn dag. Hij kan er niet over uit. ‚Dat ik hier nou zomaar ben, nou ja, dat had ik écht niet verwacht’ en ‚Dat ik jou zomaar ontmoet en hier nu ben, echt apart’. Hij benoemt precies wat ik ook al dagen ervaar.

Nijmegen Deelstad loopt op zijn einde als wij aankomen. Een staartje pikken we mee. De goede vibe is voelbaar. Allebei gaan we geïnspireerd de deur weer uit.

 Iedereen die op eigen kracht reist, is welkom

Mijn auto parkeer ik een stukje verderop. Om nou pal voor de deur van mijn gastvrouw van Stichting Vrienden op de Fiets te parkeren lijkt me nogal ongepast. Bij Vrienden op de Fiets is namelijk iedereen welkom die reist ‚op eigen kracht’. Te voet, per fiets, kano of skeeler. Vrienden op de Fiets bestaat ruim dertig jaar. Na aanmelding ontving ik per post een 225 pagina’s tellende gids met ruim 5500 adressen en telefoonnummers door heel Nederland. Vijf telefoontjes later had ik een logeerplekje gevonden. Ook al komt ik met de auto, mijn gastvrouw Agnes, laat me toch blijven. Agnes woont in een mooi huisje en ik heb boven een knusse slaapkamer. We zitten gelijk heel leuk te praten. Agnes heeft ruim twintig jaar Nederlandse les gegeven. Door een reorganisatie is ze boventallig geworden, en is ze met vervroegd pensioen. Het afscheid viel haar moeilijk, ze wilde eigenlijk helemaal niet stoppen. Nu doet ze hetzelfde werk, maar dan onbetaald. Een dagdeel in de week geeft ze Nederlandse les aan anderstaligen. Het bevalt haar uitstekend. Ze doet een stuk minder ‚de niet leuke dingen’  zoals verslagen en administratie. Bij de vrijwilligersorganisatie is ze met open armen ontvangen en wordt ze erg gewaardeerd. Terwijl op haar oude school de werksfeer al jaren onprettig was door bezuinigingen en reorganisatie.

Zaterdagavond is uitgaansavond. Ik ga uit eten bij De Klinker. Een voormalig kraakpand dat nu volledig door vrijwilligers, zonder subsidie, wordt gerund. Iedere 2e woensdag van de maand kun je er terecht voor een bordspellenavond. Om de woensdag erop, mee de straat op te gaan. De Just do It! Open Actiongroup verspreid onder de slogan Let’s cheer up this city: let’s go outside and plant some beauty hun dromen en ideeën verspreiden. Wat die zijn zullen gezamenlijk worden vastgesteld. We’ll be creative, positive and unstoppable. De veganistische maaltijd van vanavond is gekookt met biologische producten die door boeren en winkels uit de omgeving worden gedoneerd.

CAM00406

Zijn haar is grijs en karakter kleurrijk

Ik schuif aan een grote tafel en raak in gesprek met Martin. Zijn haar is grijs en karakter kleurrijk. Hij vertelt vol enthousiasme over zijn carriere als, in chronologische volgorde, manusje van alles bij filmhuis (toen ik stopte waren er wel zes mensen nodig om mij te vervangen), molenaar (een draaiende molen maakt hetzelfde geluid als de zee), nachtportier bij een woonzorgcentrum (aandacht geven aan mensen is goud waard), beheerder parkeerterrein (alles wat je doet, kun je een mooie draai geven) en medewerker natuurmuseum (ik heb honderden kinderen rondleidingen gegeven).

Martin heeft een beetje spijt dat hij geen toetje heeft besteld. Kort daarna loopt een meisje langs onze tafel. ‚ik kan mijn toetje niet meer op, willen jullie misschien?’ Op haar bord ligt een half pompoenspeculaastaartje. Graag, zegt Maarten. Kijk, dát is delen. Stel je voor dat dat normale gang van zaken is in ieder restaurant.

Na het eten zal Martin langsgaan bij een vriend. Hij heeft een kado voor hem. Een muziekinstrument. ,Een muziekinstrument?’, vraag ik, nieuwsgierig naar wat voor instrument dat is. .Beauty is in the eye of the beholder’, zegt Maarten terwijl hij zich bukt en naar zijn tas reikt. Triomfantelijk toont hij een groot conservenblik. Het blik heeft ribbels, is gesloten aan de ene, en open aan de andere kant. Maarten begint het blik te bespelen; hij klopt, hij trommelt, met zijn handen strak om het blik, of juist losjes. Het klinkt prachtig. ,Vooral de Hare Krishna muziek klinkt er goed op’, grijnst hij. In een vorig leven bevatte dit muziekinstrument acht hotdogs Extralarge en stond het voor vier euro in de schappen van de Aldi.