Op 12 november 2015  organiseerden het Lectoraat Innoverend Ondernemen en het Zwaartepunt Ondernemerschap en Innovatie van De Haagse Hogeschool een seminar over Nieuwe Business Modellen en Nieuwe Economie. Ronald van den Hoff, co-founder van Seats2meet sprak enthousiast over dit onderwerp. Een verslag vind je hieronder.

Kansen herkennen in een maatschappij die kantelt

De economie verandert in razend tempo. We kopen, verkopen en handelen steeds vaker via internet. Er ontwikkelt zich een ‘We-Conomy’ waarin toegang (delen of ruilen) belangrijker is dan bezit. Daarnaast wordt de economie in toenemende mate circulair: er ontstaat steeds meer aandacht voor het sluiten van kringlopen en hergebruik van grondstoffen (‘cradle to cradle’).

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het bedrijfsleven en de toekomst van bedrijven? Hoe kan het onderwijs oude denk- en organisatiepatronen loslaten en anticiperen op de arbeidsmarkt van de toekomst? Welke kennis en vaardigheden vraagt het beroepenveld? Tijdens het seminar ‘Nieuwe businessmodellen en nieuwe economie’ aan De Haagse Hogeschool stonden deze vragen centraal. Zo’n 200 deelnemers (studenten, docenten en geïnteresseerden uit het bedrijfsleven) gingen op zoek naar nieuwe economische perspectieven en lieten zich inspireren door businessmodellen van de toekomst.

If it is to be, it is up to me!

“Nieuwe businessmodellen en innovatie vormen de corebusiness van onze opleiding Small Business & Retail Management”, vertelt dagvoorzitter en docent Ronald Visser tijdens zijn welkomstwoord in de Speakers’ Corner. “Onze ondernemende studenten willen de status quo uitdagen, de gevestigde orde ter discussie stellen en hun plekje op de nieuwe markt verdienen.” Visser haalt hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans aan. “Die stelt dat we niet leven in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk. Waar verandering vroeger stapsgewijs verliep, gaat het anno 2015 vlugger. Dat kan zomaar betekenen dat je ‘out of business’ bent; natuurlijk het laatste wat je als organisatie wilt. Dat vraagt niet alleen om nieuwe businessmodellen, maar vooral om een andere mindset. Twee weken geleden stond ik hier met een groepje eerstejaarsstudenten. We bespraken wat vandaag de dag het belangrijkste businessmotto zou moeten zijn. Die les is te vatten in tien woorden van maar twee letters: ‘If it is to be, it is up to me’. Met andere woorden: je wilt geen speelbal zijn, maar speler. Het heft in handen nemen, zelf je koers bepalen. Dat kan alleen door eerst scherp te kijken naar je eigen businessmodel en naar wat de nieuwe economie voor je in petto heeft.”

Netwerkhogeschool 

De Haagse heeft de ambitie uit te groeien tot een netwerkhogeschool, vertelt Simone Fredriksz, directeur van de faculteit Business, Finance & Marketing. “Wat dat precies is, zijn we aan het uitvinden. In elk geval willen we met onderwijs, onderzoek en het delen van kennis een belangrijke bijdrage leveren aan praktijkinnovatie. De verbinding met onze partners uit de samenleving – met name de beroepspraktijk – staat daarbij centraal. Er ontstaat een complexe, hybride samenleving waar grenzen vervagen en zekerheid en voorspelbaarheid verdwijnen. Zijn wij ook in staat, wetende dat alles zo snel gaat, op een andere manier naar onszelf te kijken? Dat is een grote uitdaging voor ons onderwijs: om open te zijn, zelfkritisch en een beetje kwetsbaar.”

Nederland kantelt

“Het is vandaag al eerder gezegd: Nederland kantelt en we bevinden ons op een historisch breukvlak”, zegt dr. Gertrud Blauwhof, lector Innoverend Ondernemen. “Nieuwe businessmodellen zijn van enorm belang voor de beroepspraktijk en het onderwijs. Door onderzoek vergroten we de kennis over nieuwe businessmodellen. Die kennis willen we ook delen en samen doorontwikkelen met bedrijven. Tijdens dit seminar agenderen we nieuwe trends en werken we aan een nieuw perspectief.”

i-Conomy: ‘We have moved to eBay’

Blauwhof leidt de deelnemers langs een aantal belangrijke veranderingen in het economisch landschap, te beginnen bij de informatie-economie. Op de achtergrond foto’s van een lege etalage met de boodschap ‘We have moved to eBay’ en een verdwaald winkelkarretje aan de kant van de weg. “Leegstaand vastgoed: een beeld dat je vandaag de dag in veel steden aantreft.” Nieuwkomers omarmen moderne technologieën en gaan in allerlei markten de strijd aan met gevestigde organisaties. Als voorbeeld van deze ‘disruptive innovation’ noemt Blauwhof Über, dat de complete taxibranche op zijn kop zet. “De kracht van Über zit ‘m in de smartphone. Wie had tien jaar geleden gedacht dat iedereen zo’n smartphone zou hebben?” Bedrijven uit de oude economie leggen het loodje of komen in nieuwe handen. “Deze week was in het nieuws dat John de Mol investeert in een bijna failliet postorderbedrijf. Al die pakketjes die wij op internet bestellen moeten immers ook bezorgd worden.”
We-Conomy: auto huren bij de buren

Een tweede variant van de nieuwe economie die Blauwhof noemt is de We-Conomy: die van ruilen, delen en cocreëren. “Zie Snappcar, dat het mogelijk maakt de auto van je buurman of wijkgenoot te huren. En dankzij Airbnb, de Über van de hotelsector, kun je overal ter wereld een kamer boeken bij particulieren thuis.”

C-Conomy: cradle to cradle

Blauwhof introduceert de derde variant – de circulaire economie – met een citaat van architect Thomas Rau: ‘De aarde is een gesloten systeem. Wat er niet is, is er niet. Wat er wel is, zullen we moeten behouden.’ Blauwhof: “We krijgen een economie waarin we zaken niet meer bezitten, maar gebruiken. Het is een economie waarin afval niet langer bestaat. Een drinkwaterbedrijf kan zijn kalk (een restproduct) kwijt aan een tapijtfabrikant, die het als input voor zijn productieproces kan gebruiken. Een win-winsituatie.”

Seats2meet: voor niets gaat meer dan alleen de zon op…

Wie koploper wil zijn, pakt de regie, gooit de luiken open en kijkt goed naar wat de wereld te bieden heeft, benadrukt dagvoorzitter Ronald Visser nog eens. “De toekomst is wijdverspreid. Als je goed om je heen kijkt, zie je her en der al glimpen van de nieuwe economie en bijbehorende businessmodellen.” Jaren geleden was hij nog een jonge onderzoeker bij Nyenrode. Met een aantal collega’s had hij een afspraak bij Seats2Meet. “We zaten daar lekker te vergaderen, koffie te drinken en te lunchen. Wie gaat dit betalen, vroegen we ons af… Aan het eind van onze sessie maakten we een potje, totdat iemand zei dat het allemaal gratis was.” Onder het mom van ‘vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan’ liet Visser het erbij zitten. “Terwijl ik juist kritische vragen had moeten stellen: wat zie ik hier eigenlijk gebeuren?”

Gelukkig is Ronald van den Hoff, oprichter van Seats2Meet, vanmiddag hoogstpersoonlijk aanwezig om het S2M-concept uitgebreid toe te lichten. In een wervelende presentatie neemt hij de deelnemers mee naar de businessmodellen van de toekomst en ‘Society 3.0’.

Hybride ondernemer

Van student aan de hogere hotelschool groeide Ronald van den Hoff uit tot de innovatieve duizendpoot die hij nu is. “Tien jaar geleden was het leven nog heel overzichtelijk en inzichtelijk. Destijds kon ik nog simpel zeggen dat ik vergader- en congrescentra exploiteerde. Tegenwoordig moet ik iedereen uitleggen wat ik allemaal wel niet aan het doen ben. En dat verandert elke dag.” Als ondernemer kijkt hij elke dag naar buiten. Dat betekent dat hij ook een soort trendwatcher is geworden. Van den Hoff is een van de grondleggers van de jaarlijkse Trendrede, coacht mensen, investeert in bedrijven, heeft een eigen uitgeverij en zet zich in voor goede doelen.

Gevangen in oude systemen

Alsof het niet genoeg is, kruipt Van den Hoff vandaag ook even in de rol van geschiedenisdocent. Hij neemt de zaal mee naar de Industriële Revolutie. “Vroeger had je vaste, hiërarchische organisatiestructuren en lagen functies duidelijk vast. Dat stamt nog uit de tijd van de uitvinding van de stoommachine. We zijn ons bestuur anders gaan inrichten en ons land in vakjes gaan indelen: daar moet je wonen (in een huis in een woonwijk), daar moet je werken (dat heet fabriek). Als je een boek wilt hebben, ga je naar een gebouw waar bibliotheek op staat. Winkelen doe je in de winkelstraat. Dat stukje groen daar is een park en je kunt er recreëren op zondag.” Die planmatige en geordende aanpak was ooit een zegen, want daarvoor was het een rotzooitje en woonden mensen naast chemische fabrieken, benadrukt Van den Hoff. “Maar wanneer we een overschot krijgen aan bepaalde factoren – zoals kantoorruimte – doen we er niets mee en zitten we gevangen in ons eigen systeem.”

‘We leiden op voor beroepen die over vijf jaar niet meer bestaan’

Ook het fundament van ons onderwijssysteem is gedateerd, stelt hij. “We leiden op voor beroepen die over vijf jaar niet meer bestaan. Sterker nog: studenten worden – ook hier – opgeleid voor beroepen die in mijn organisatie al niet meer bestaan…” Onderwijsvernieuwing wordt naar zijn idee niet hoog genoeg ingestoken. “Het onderwijs van de toekomst, hebben we daar eigenlijk nog wel scholen voor nodig? Of zijn er andere manieren om kennis en informatie aan te bieden? Natuurlijk moeten we basistalenten ontwikkelen. Maar stel: we hebben over vijf jaar een chip die rechtstreeks met de hersenen in verbinding staat. Misschien hoef je dan niet eens meer te kunnen lezen, maar moeten we de focus leggen op leren samenwerken… Kortom, we moeten ons telkens afvragen wat de minimale randvoorwaarden zijn.”

Trends op weg naar Society 3.0

De moderne samenleving transformeert veel sneller dan ten tijde van de Industriële Revolutie. Van den Hoff: “Tegenwoordig lijkt het wel alsof er iedere dag een stoommachine wordt uitgevonden.” Aan de hand van enkele trends geeft hij een inkijkje in de Nieuwe Tijd, die hij de werktitel ‘Society 3.0’ heeft meegegeven.

Toegang wordt belangrijker dan bezit

“Als ik van A naar B wil, heb ik toegang nodig tot vervoer; ik hoef geen eigenaar te zijn van een auto. En om een schilderij op te hangen, hoef ik geen boormachine in de garage te hebben liggen. Die kan ik ook lenen van een buurtgenoot via Peerby. Achmea verzekert dat al. Op die manier wordt een boormachine langer gebruikt dan nu, want de gemiddelde gebruiksduur is nu maar twaalf minuten.”
The Internet of Things

Onze omgeving wordt slimmer dan wijzelf, voorspelt Van den Hoff. Tientallen miljarden apparaten raken verbonden. “Over vijf jaar weet dit gebouw wie u bent, waar u vandaan komt, wat u hier komt doen, met wie u een afspraak heeft en waarmee u bezig bent. Willen we dat? Dat is iets om over na te denken, maar het zit er wel aan te komen.”

Kennis delen zonder tussenkomst van bedrijven

Niet alleen onze devices zijn aan elkaar verbonden. Onder invloed van internet kunnen we ook onze kennis makkelijker uitwisselen. Kennis waarmee je economische waarde kunt creëren is niet langer exclusief in handen van formele organisaties, maar wordt ook toegankelijk voor netwerken van verbonden mensen. Van den Hoff: “Als gevestigde organisatie moet je dus je stinkende best doen om in verbinding te blijven.”

Meer mensen leven in grote steden

Hoewel we over de hele wereld met elkaar kunnen werken en verbonden zijn, zien we toch een trek naar grote steden. “Grote steden worden steeds groter”, stelt Van den Hoff vast. “En dan heb ik het over megasteden tussen de 20 en de 50 miljoen inwoners. Daarvan schijnen er in China al meer dan zestig te zijn, waarvan wij er ook al vier kennen. Dat geeft al iets aan. Nederland is – helaas voor ons – niet groter dan een lullig provinciestadje met een paar parkjes ertussen. De havens van Rotterdam, Antwerpen en Hamburg zijn voor het buitenland één. Het wordt dan ook tijd dat we anders gaan nadenken over samenwerken en landgrensoverstijgend denken.”

Opkomst van nieuwe platformen

We hebben allemaal een smartphone op zak en toegang tot wifi lijkt af en toe wel een primaire levensbehoefte. Die online revolutie maakt de weg vrij voor nieuwe platformen. Van den Hoff: “Über is bijna het grootste vervoersbedrijf ter wereld, terwijl het geen taxiauto in eigendom heeft. Airbnb – in feite de grootste hotelketen ter wereld – bezit geen steen. Alibaba is op dit moment de grootste retailer ter wereld zonder ook maar één fysieke winkel. En Facebook maakt geen enkel stukje content, maar is mondiaal wel de grootste contentprovider.”

De toekomst: gedeeld eigenaarschap

Platformen als Airbnb en Über zijn goed bezien geen zuivere vertegenwoordigers van de nieuwe economie, nuanceert Van den Hoff direct. Ze markeren overgangsfases. “Airbnb en Über maken de overvloed zichtbaar en maken delen mogelijk, maar zijn nog heel traditioneel gefinancierd. Het zijn gewoon beursgenoteerde ondernemingen. Wat je meteen ziet, is de klassieke tegenstelling tussen de kortetermijn- (focus op aandeelhouders en winstbelang) en langetermijndenken (focus op overige stakeholders).” Het zijn volgens Van den Hoff geen duurzame modellen en het is slechts wachten op alternatieven. “Op dit moment wordt in Israël alweer de ‘killer-app’ voor Über gebouwd. Daar is zelfs sprake van gedeeld eigenaarschap. Hoe meer je gebruikmaakt van het systeem, hoe meer je te vertellen krijgt. Naar die vorm gaan we toe.”

Gamingindustrie

Een ander platform dat zich op een ongelooflijke manier ontwikkelt, is de gamingindustrie, signaleert Van den Hoff. “Gaming is groter dan sport. Dat kunnen we ons haast niet voorstellen. De Messi van de gamingwereld heeft miljoenen volgers. Er zijn complete landencompetities, EK’s en WK’s… Vijftig- tot honderdduizend mensen gaan in een stadion zitten kijken naar kinderen die op schermpjes bezig zijn met virtuele spelletjes. Virtualiteit en realiteit lopen daar door elkaar heen. Het is eigenlijk niet te volgen, maar er gaan enorme bedragen in om. Werkelijk fascinerend om te zien.”

E-stonia

In het meest extreme geval kan zelfs een land een nieuw platform vormen. Wat als onze ‘digitale zelf’ ergens kon leven met alle rechten, plichten en priviliges die daarbij horen? In Estland is het al mogelijk: de eerste e-residents zijn daar een feit. Van den Hoff is één van de nieuwe virtuele inwoners van de ambitieuze Baltische staat. “Estland wil het grootste land ter wereld worden. In de vorige eeuw ging je dan oorlog voeren met je buurland en met een leger binnenvallen. In het geval van Estland – met de Russen als buren – is dat een beetje lastig… Als e-resident kun je in Estland een bankrekening openen en zakendoen, zonder dat je er ooit bent geweest. Hoe het werkt? Je meldt je aan via een formulier en betaalt 55 euro. Vervolgens controleren ze je identiteit en of je niet op een Interpol-lijst staat. Dan krijg je een uitnodiging om bij de Estse ambassade in Den Haag langs te komen. Ze maken een foto, nemen vingerafdrukken af, checken je paspoort en je identiteit is gevalideerd. Als je zakendoet als e-resident, ben je dus echt wie je zegt dat je bent. En dat wordt in de toekomst natuurlijk erg belangrijk. Het eerste doel is om 25 miljoen mensen te registreren en het eerste miljoen is al in zicht. Het gaat dacht ik ongeveer acht keer zo snel als dat ze gepland hadden. Werkelijk fantastisch!”

Minder banen door automatisering

Ook fysieke platformen veranderen, vervolgt Van den Hoff. “De fabriek van de toekomst telt nog maar twee werknemers: een man en een hond. De man is er om de hond te eten te geven, de hond zorgt ervoor dat de man met z’n vingers van de apparatuur afblijft. De rest gebeurt volkomen geautomatiseerd.” Door de jaren slanken organisaties steeds verder af, ziet Van den Hoff. “In 1964 had AT&T een omzet van 267 miljard en 760.000 mensen in dienst. Google heeft tegenwoordig een veel hogere omzet, maar telt nog maar 55.000 medewerkers… Organisaties worden steeds kleiner, terwijl de overheid banen wil creëren. Welke banen? De overheid blijft hangen in haar oude mantra’s. We hebben het ook allemaal zo geleerd: je wilt iets en daarvoor heb je geld nodig. Dus je hebt een baan nodig om salaris te verdienen. Maar als die baan er simpelweg niet is, houdt het op. Wat dat betreft wordt het hoog tijd dat we het basisinkomen eens gaan bespreken. Want het aantal banen is eindig, heel simpel.”

3D-printer

De uitvinding van de 3D-printer is misschien nog een belangrijkere doorbraak dan het internet, verwacht Van den Hoff. “3D Hubs biedt al toegang tot ruim 24.000 printlocaties wereldwijd. Alles wat we niet kunnen delen of ruilen, gaan we op den duur zelf maken. Dat betekent ook dat ook een groot deel van de transportindustrie verdwijnt. Je ontvangt geen schoenen meer, maar software om die schoenen lokaal uit te printen. Ze kunnen alles printen, hè? Laat daar geen misverstand over bestaan. Wapens, huizen, auto’s, huizen, bruggen in Amsterdam… Vanochtend stond in de krant dat artsen al open ruggetjes van baby’s in de baarmoeder kunnen dichten met 3D-printertechnologie. Dat wordt enorm groot. Als je geld hebt, ga je naar het Van Gogh Museum en bestel je voor 25.000 euro een 3D-geprinte Van Gogh. En het aardige is: die krengen zijn niet van echt te onderscheiden. Want het schilderij is niet plat, maar 3D-geprint. Dus je ziet de penseelstroken van de master himself. Het schilderij ruikt alleen nieuw; dat is nog het enige dilemma… En dan koopt onze overheid twee Rembrandts voor 160 miljoen. U snapt wel wat mijn oplossing was geweest…”

Minder botsingen, minder banen 

BMW eindigt als een derderangs autoleverancier, voorspelt Van den Hoff. “Want het draait straks om de software en het maakt helemaal niet meer uit wat voor motor erin zit.” Zoals we onze smartphones af en toe een update geven, doen we dat in de toekomst met onze auto’s. “Vorige week is de Tesla nog geüpgraded en in de toekomst zijn hun modellen zelfrijdend. Als we onze auto’s dan ook nog gaan delen, hebben we veel minder auto’s en parkeerplekken nodig. Maar ja, wel jammer als je werkt voor een verzekeraar, herstelschadebedrijf of op de EHBO. Want die zelfsturende elektrische auto’s botsen veel minder dan mensen.”

Big Brother is watching you?

Kunstmatige intelligentie heeft ook zijn keerzijde: we kunnen er niet blind op vertrouwen dat partijen zorgvuldig met onze persoonsgegevens en privacy omspringen. Van den Hoff kijkt bijvoorbeeld kritisch naar energieleveranciers die hun klanten gratis voorzien van een slimme thermostaat. “We hangen ze allemaal aan de muur. Leuk en aardig, maar ik verzeker u: ik heb ze niet in huis, terwijl ik innovatie van alle kanten omarm. Zo’n thermostaat kan aan uw energieverbruik zien hoeveel mensen uw huishouden telt. Nou is dat op zichzelf nog niet zo erg, maar als die gegevens worden gekoppeld aan de Gemeentelijke Basisadministratie… Stel: u heeft een uitkering. U zegt dat u alleen woont, maar u gebruikt energie voor twee. Dan krijgt u huiscontrole inclusief badkamerbezoek. Een ander voorbeeld: Samsung heeft tv’s gemaakt die gesprekken in de huiskamer kunnen volgen; waarop ze vervolgens de reclame-inhoud kunnen afstemmen. Dat gebeurt allemaal onder het mom van wetenschappelijk onderzoek… De persoonlijke robot Pepper komt per batches van duizend op de markt en wordt in Japan al gebruikt. Die robots zijn zo slim, ze lezen aan de vorm van je gezicht af dat je Aziaat bent en beginnen vervolgens in het Japans tegen je te beppen. Er zit zelflerende software in en ze staan met elkaar in verbinding. Dus als één zo’n Pepper het kunstje leert, hebben alle Peppers ter wereld het in no time onder de knie. En nou wordt-ie interessant, want als er eentje wordt gehackt… Je ziet ‘m al hangen natuurlijk. En daar zijn we ons nog nauwelijks van bewust.”

Streven naar het nieuwe Google of de kracht van klein?

Van den Hoff zet zijn vraagtekens bij de huidige hausse aan regionale start-upprogramma’s. “Een hype. Elke regio wil de nieuwe start-updelta worden en het nieuwe Google voortbrengen. Dus wat doen we? We maken van alle kleintjes weer een middelgroot winkeltje, want pas dan is het succesvol. Allemaal geldbelang en kortetermijndenken. Terwijl een start-up juist lokaal erg sterk kan zijn en veel kan betekenen. Wat is er mis met een kleinschalige start-up in een bepaalde wijk? Dan kunnen ze in een volgende wijk iets anders doen. En misschien delen ze hun kennis wel. Sterker nog: misschien gaan al die kleine platformpjes wel samenwerken. En als je ze met elkaar gaat verbinden, ontstaat er pas écht een groot platform.”

Nieuw evenwicht

“Ik denk dat we uiteindelijk een nieuw soort balans krijgen tussen de Facebooks en Googles van deze wereld en een aantal netwerken waarin we lokaal met elkaar verbonden zijn. Daarmee kunnen we een prachtig tegenwicht bieden. Ik noem het wel de ‘interdependente economie’: een economie van samenhang”, vertelt Van den Hoff. “Denk aan het online platform Thuisafgehaald, dat al 9.500 thuiskoks heeft. Het principe is simpel: je koopt voor tien, kookt voor tien, eet twee porties zelf op en verkoopt acht porties aan buurtgenoten. En ik heb Horeca Nederland nog niet horen roepen: hé, dat is illegale catering! Ze zitten wat dat betreft nog half te slapen. Het brengt ook nieuwe vragen met zich mee. Hoever moet je daarmee doorgaan? Kun je het überhaupt tegenhouden? Wat gaat de Nederlandse Voedsel- en Warenwetautoriteit doen? Elke avond duizenden locaties af? Er werken nog maar een paar honderd controleurs, want de rest is allemaal al wegbezuinigd…”

Mesh economy: van global naar glocal

Van den Hoff ziet tal van lokale netwerken ontstaan die voor nieuwe bedrijvigheid en diensten zorgen. “Neem het fenomeen Airbnb. Buitenlandse toeristen komen hierdoor vanzelf in verbinding met allerlei lokale netwerken. Want ze willen ook een citytour maken, fiets huren of (thuis)maaltijd afhalen. Derden springen in dat gat. Complete wijken gaan ‘hotelletje spelen’ en nieuwe bedrijvigheid en samenwerkingsverbanden ontstaan: sleuteladressen en conciërgeservices, schoonmaakdiensten, reparatieservices en dat soort zaken. Global wordt glocal: een combinatie van globaal en lokaal. Deze ‘mesh economy’ zorgt voor een totaal ander economisch perspectief. Je bent niet van Airbnb, maar initieert wel een activiteit binnen de ‘Airbnb-mesh’, waarmee de mesh weer sterker wordt. En dan alles ‘chaordisch’: tegelijkertijd en door elkaar heen, bijna niet te vatten, niet altijd even zichtbaar en zeker niet te meten, managen, controleren of af te bakenen. Traditionele bedrijfstakken gaan op een gegeven moment verbinding zoeken met al die lokale netwerken, want ze moeten wel.”

Het draait niet om euro’s, maar om sociaal kapitaal

Van den Hoff: “Slechts vijf procent van de totale wereldgeldvoorraad wordt op dit moment gebruikt zoals ooit bedoeld: ter bevordering van de ruilhandel. Met die andere 95 procent zijn we heel andere dingen gaan doen. Als de economie stagneert, hebben politici en economen vaak maar één antwoord: geld erin. En tot op de dag van vandaag is dat eigenlijk het enige kunstje om de zaak aan de gang te houden: nog meer geld in het systeem pompen.” Met Seats2Meet geeft Van den Hoff vorm aan de nieuwe economie, onder het mom ‘practise what you preach’. “Alles altijd maar terugrekenen naar geld is niet duurzaam en werkt gewoon niet meer. Wat dan? Denkend vanuit overvloed hebben we gezegd: iedere locatie heeft wel een paar meters te delen. Kijk maar eens naar die prachtige entreehal hier. Die kun je delen met mensen die hier willen werken. En laat ze nou eens niet betalen met geld, maar met de bereidheid om kennis te delen met anderen. Op die manier bouw je eigenlijk een soort interne markt op, die volkomen gebaseerd is op wederkerigheid, op sociaal kapitaal.”

Gevestigde orde in verbinding met vernieuwers

Steeds meer organisaties sluiten zich aan op het S2M-systeem en delen hun overvloed aan werkplekken. Waarom die bedrijven dat willen? Van den Hoff: “Dat is hun kans om in verbinding te komen met vernieuwers. In Nederland heten ze zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel), want als calvinisten zijn we altijd heel goed in benoemen wat je niet bent of niet hebt. Wij noemen het zelf zp’ers: zelfstandige professionals. Mooie, actieve mensen met een hoge mate van verbondenheid met de nieuwe wereld. Bij ons zijn ze van harte welkom, bij Hilton komen ze de lobby niet eens binnen. Traditionele organisaties zetten hun eigen mensen daartussen en op die manier ontstaat er innovatie in die bedrijven. Niet ‘gestartupt’ of gesubsidieerd. Het ontstaat heel natuurlijk, van onderaf en daarmee is het – denken we – heel erg duurzaam.” 

Serendipity Machine Dashboard

De nieuwe economie is gebaseerd op cirkels: makerscirkels, kenniscirkels, hospitalitycirkels… Gelegenheidsformaties die economische waarde gaan creëren. Mensen kennen elkaar en zijn verbonden via netwerken als Facebook, Twitter en LinkedIn. Maar als er netwerken zijn van mensen die we al kennen, is er ook behoefte aan netwerken van mensen die we nog niet kennen, bedacht Van den Hoff. “Seats2Meet is een plek waar je juist de mensen tegenkomt die je nog niet kent. Daarmee geven we inhoud aan sociaal kapitaal: je komt binnen, boekt je werkplek, vertelt wat je te delen hebt en met welke projecten je bezig bent. Onze software maakt daar sleutelbegrippen van, zoekt er verbanden tussen en gaat mensen ‘matchen’. Dat betekent dat onze locaties bovengemiddeld spannend zijn: je gaat er altijd beter en rijker naar buiten dan je binnenkwam. Hoe het ontstaat weet je niet, maar de mensen die je tegenkomt zijn op dat moment heel relevant voor jou. Daar was je nou net naar op zoek! Serendipiteit wordt dat ook wel genoemd, de onverwachte relevantie van dingen. Misschien hebben we wel de grootste datingmachine van de toekomst gebouwd. Als dat zo is, kom ik dat u over vijf jaar weer vertellen.”

Steeds betere ‘matches’

Seats2Meet laat het effect van zijn formule permanent onderzoeken door de Erasmus Universiteit. “In 2013 gaf 60 procent van onze bezoekers aan dat ze de ‘serendipity experience’ hadden. Dat is in 2015 al gestegen naar 80 procent. Met onze zelflerende software maken we namelijk steeds slimmere matches. Hierdoor worden ontmoetingen op onze locaties steeds waardevoller. Eén op de zes bezoekers die een maand in ons ecosysteem zit, heeft een baan gevonden, is een eigen bedrijf begonnen of is betrokken geraakt bij een project. We zeggen altijd: onze succes rate is veel hoger dan die van het UWV. En we hebben geen subsidie.” Ook zijn eigen onverwachte ontmoetingen helpen hem regelmatig een stap verder, vertelt Van den Hoff. “Laatst kwam er een knulletje van 19 uit Antwerpen op me af: ‘Awel meneer, bent u die man van Seats2Meet?’ Ik zeg: ‘Ja, dat ben ik.’ Hij zegt: ‘Die software: leuk hoor, maar dat kan allemaal veel beter.’ Wat bleek? Hij studeerde artificial intelligence en heeft ons uiteindelijk een maand lang geholpen met zijn kennis. Zo ontstaat en werkt dat.”

Exponentiële organisatie

Seats2meet is inmiddels in acht landen actief, vertelt Van den Hoff. “Opeens zijn we multinational geworden, zoals dat in de oude wereld heet.” Begin november sloot S2M nog een deal met La Place, waardoor het aantal locaties in Nederland in één dag verdubbelde. Ondanks deze groeispurt blijft hij met een bescheiden organisatie werken. “We hebben geen project- of researchafdeling, maar ‘gewoon’ een netwerk van mensen om ons heen. Dat noem je een exponentiële organisatie: we kunnen veel meer dan vroeger en hebben veel meer capaciteit, maar ons bedrijf is veel kleiner. Seats2Meet International bestaat slechts uit zes mensen: twee medewerkers die verstand hebben van ICT, twee medewerkers van communicatie en twee ondernemers (mijn compagnon en ik). Zo simpel kan het leven zijn. Dat is natuurlijk lullig wanneer je met je diploma salesmanager bij ons aanklopt, want die hebben we niet. Er wordt wel aan sales gedaan, maar dat gebeurt informeel, in die netwerken. Dat is niet meer verbonden aan een functie of afdeling.”

Grootste helpdesk van Europa

Bijkomend voordeel van zo’n netwerkorganisatie is dat mensen bij vragen of problemen onmiddellijk hulp of advies krijgen, vertelt Van den Hoff. “Zelfstandige professionals zijn bijna permanent online, dat is immers hun bestaansrecht. Als iemand vraagt of Seats2Meet Eindhoven op zondag open is, geeft er gelijk iemand uit Eindhoven antwoord. Dus we hebben toegang tot de grootste helpdesk van Europa, maar het is niet onze helpdesk. We hoeven dat niet meer te bezitten; het zijn onze werknemers niet. De grootste helpdesk en we horen gewoon bij de ‘m’ van het mkb.”

‘Hoe meer we delen, hoe meer we terugkrijgen’

Seats2Meet is gebaseerd op de principes van wederkerigheid en sociaal kapitaal, maar dat betekent niet dat harde valuta geen enkele rol spelen, maakt Van den Hoff duidelijk. “Het versterkt elkaar. Als het onze zp’ers goed gaat, kunnen ze behoefte krijgen aan nieuwe producten en diensten. Ze kunnen bij ons bijvoorbeeld ook vergaderzalen en kantoorruimtes huren tegen ‘ouderwetse’ euro’s. Vanuit sociaal kapitaal delen we in 2015 85.000 stoelen. Daar komen ongeveer drie betaalde stoelen voor terug. Hoe meer we weggeven en delen, hoe meer we terugkrijgen. Dat is eigenlijk heel raar om te merken en volkomen tegenstrijdig aan alles wat we geleerd hebben. Ik moet er mezelf en onze mensen ook nog iedere dag in trainen.”

Gelijkwaardigheid staat voorop

Businessmodellen zijn dynamisch en je bestaansrecht moet je als organisatie verdienen, besluit Van den Hoff. “Wat voor businessmodel je ook kiest: let goed op lokale ontwikkelingen, ga denken vanuit gelijkwaardigheid en staar je niet blind. Wat vandaag goed was, is morgen weer achterhaald. Besef goed dat je als bedrijf een onderdeel bent van een ‘mesh’; je bent niet leidend of de eigenaar. Je zal als organisatie je stinkende best moeten doen om onderdeel te blijven van die ‘mesh’, anders gaan stakeholders je passeren. Ons hogere doel is om onze stakeholders slimmer te maken dan wijzelf zijn. Daarmee maken we de S2M-locaties relevant en dat is weer goed voor onze operators. En vervolgens geeft ons dat bestaansrecht. Gelijkwaardigheid in een netwerk staat voorop. Het is niet mijn netwerk, ik heb er toegang toe. Als je daar goed mee om kunt gaan, geeft dat heel veel rust: geen beoordelingsgesprekken, minder ziekte. Het is eigenlijk een veel leuker systeem om mee te werken!”

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.